Opinie

Waarom bodypositivity dikke mensen niet (meer genoeg) helpt

Waarom bodypositivity dikke mensen niet (meer genoeg) helpt

Bodypositivity klinkt als woord heel fijn. Het woord positief zit er letterlijk in, en we leven in een wereld die altijd wat aan te merken heeft op onze lichamen: te dik, te dun, te oud, te kort, te lang, te wit, te bruin, te harig, te kaal, te rond, te recht… etc. Hóe lekker is het om je blij en positief te voelen over je lichaam, in plaats van alle manieren waarop jouw lichaam “te veel van iets” zou zijn te internaliseren en jezelf te verafschuwen. Heerlijk! Alleen, dat is níet van waaruit bodypositivity is ontstaan of oorspronkelijk toe diende – slechts een mogelijk prettige bijwerking die alsnog niet voor iedereen is weggelegd. Het is helaas wel geworden waar mainstream bodypositivity online steeds vaker over lijkt te gaan.

Wat was dan eigenlijk de bedoeling van bodypositivity als het niet “positive” zijn over je eigen “body” is? Hier volgt een stukje gesimplificeerde geschiedenisles in één zin: bodypositivity begon in de jaren ’60 als beweging die opkwam voor de gelijke behandeling van, en rechten voor, álle dikke mensen, door dikke mensen. Dat wil zeggen: tegen discriminatie en stigmatisering op basis van gewicht. Inmiddels gaat de beweging steeds minder over dikke mensen en ook niet genoeg meer over écht alle (en ik bedoel ALLE) lichamen. Steeds meer ziet het er uit als een roep om het (een beetje, niet te veel) oprekken van het bestaande schoonheidsideaal, met schoonheid nog steeds op een voetstuk geplaatst als iets om naar te streven. Je hoeft geen maat 36 te hebben om mooi te zijn. Maar groter dan 46 liever ook niet, want, dat is overdreven. Iedereen mag er zijn, maar je kunt wel het beste lang zijn. Vrouwen hebben het best ook lang haar – niet een kort-pittig kapsel, het moet wel “vrouwelijk” blijven (als synoniem voor mooi). Een zandloper figuur heeft ook de voorkeur. Dikke borsten en billen? Ja, lekker. Een dikke buik? Die laat je toch niet zien zeg, jeetje.

Op internet onder de hashtag bodypositivity zie je hoofdzakelijk mensen waarover we sowieso al aangeleerd krijgen dat ze in de categorie “mooi” vallen (dus conventioneel aantrekkelijke able witte cisgender mensen). Ze zitten voorovergebogen, knijpen in hun huid, en schrijven dat je van je rolletjes moet en mag houden. Dit is dusdanig trending en daarom goed te verkopen dat het inmiddels een zeer lucratief businessmodel is: ben je een beetje knap volgens de geldende standaard en deel je dit met #bodypositivity dan levert dat zo een paar duizend likes op en een nieuwe sponsordeal. Begrijp me niet verkeerd: já, natuurlijk, hou van je rolletjes (ook als een verkleinwoord niet van toepassing is) – dat gun ik iedereen – en ik respecteer de hustle (everyone’s got bills to pay), maar op deze manier doet het regelmatig de beweging tegen gewichtsstigma en -discriminatie meer kwaad dan goed. De meest gemarginaliseerde niet conventioneel aantrekkelijke mensen – zij die het meest onderdrukt worden door de maatschappij – worden van het podium geschoven om plaats te maken voor een ietsjes opgerekt schoonheidsideaal dat in wezen nauwelijks verschilt van het heersende ideaal. Het schoonheidsideaal moet niet opgerekt, het moet de prullenbak in. Je bent evenveel waard als mens als ieder ander, onafhankelijk van schoonheid. Bovendien worden zo de stemmen van de mensen die nog steeds niet in het hokje passen niet gehoord noch serieus genomen, en gewichtsstigma en -discriminatie blijft alive & kicking. Net als discriminatie op basis van allerlei andere manieren waarop iemand misschien niet in het hokje past die vaak overlappen met dikzijn: gender, kleur, ability, klasse, seksualiteit etc.

Ook offline is dit soort bodypositivity een goed businessmodel geworden. Het is makkelijk scoren als bedrijf als je met de term gooit, iets zegt over “every body is een bikini body” en verkondigt je maten selectie uit te breiden. “Hoera! Behalve XL hebben we nu ook XXL!” Gefeliciteerd maar je sluit nog steeds een héle grote groep mensen buiten met het verkopen van kleding tot maximaal maat 48. Meestal is deze grotere maat alleen online beschikbaar, en is er maar beperkte keus. Het is niet alsof de héle collectie dan plotseling tot die maat gaat: vaker zijn er donkerblauwe tenten met bloemen in XXL maar gaan de reguliere trendy items tot L. Heeft een merk het wel in de fysieke winkels? Dan ergens in een verdomhoekje achterin, of per filiaal maar een stuk of 1 à 2 op voorraad.

Niemand – maar dan ook écht niemand – verdient het om zich te schamen voor hun lichaam. Niet met maat 38, niet met maat 48, niet met maat 58. Het is geweldig als je je na jaren niet meer schaamt in je maat 42 bikini, want wat een bevrijding en wat gun ik je dat. Íedereen heeft last van een onbereikbaar schoonheidsideaal en het feit dat schoonheid überhaupt gezien wordt als ultiem doel. Maar, hoe dichter je bij dat ideaal komt – hoe meer privileges. Hoe verder je van dat ideaal staat, hoe minder privileges.

Als je met maat 42 recht hebt op jezelf goed voelen op het strand zonder lastig gevallen of nagewezen te worden, dan ieder ander ook. Waarom gebruik je anders #bodypositivity maar praat je over andere lichamen in een maat 56 bikini alsof zij zich beter niet in het openbaar kunnen vertonen? Alsof dat “toch echt te ver gaat”, want “dat is niet meer gezond.” Niemand kan zien aan de buitenkant van een ander of ze wel of niet gezond zijn, maar vooral – deze maak ik even groot:

Gezondheid is nooit een voorwaarde voor respect, bestaansrecht, gelijke behandeling of plezier.

Gezondheid is niet altijd maakbaar en haalbaar met genoeg inzet. Gezondheid is niet iets wat ieder koste wat kost zou moeten nastreven. Gezondheid is niet voor iedereen even toegankelijk. Gezondheid is niet iets wat een ander jou of de maatschappij verschuldigd is. Dik als synoniem voor ongezond is geen objectief feit. Er zijn dikke gezonde mensen. Er zijn dunne ongezonde mensen. Een dik persoon die sport en sla eet kan op meer commentaar rekenen dan een dun persoon die alleen stil zit en friet eet. Maar, one more time for the people in the back: dit is irrelevant omdat je gezondheid niet kunt zien aan de buitenkant, én vooral, gezondheid er niet toe doet als het gaat recht op gelijk(waardig) behandeld te worden als mens.

De haat van, en angst voor, dik en dikke mensen – vetfobie – zit in alles om ons heen verweven: in media, reclames, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur. Ook als je zelf helemaal niet dik bent heb je last van deze vetfobie: wie kent er geen dunne mensen wiens leven in het teken staat van zorgen dat ze dun blijven. Misschien jouw leven ook wel. In het teken van voorkomen dat je dik wordt en de angst het toch te worden ondanks je inzet. Je dagen in het teken van compenseren, meer sporten, meer restricties op eten, meer ontzeggen, minder snoepen; elke januari na de feestdagen en elke lente vóór de zomer nog een beetje meer. Hoe vaak heb je jezelf verteld dat je het “deze keer wel zou volhouden zonder koolhydraten”? Hoe vaak heb je gedacht dat je gelukkiger zou zijn als je een maat kleiner had? Deze gedachte is echt niet voorbehouden aan alleen dikke mensen. Of je nou van 40 naar 38 zou willen, of van 56 naar 54 – deze geïnternaliseerde vetfobische gedachte is weinig mensen vreemd, ongeacht hun lichaam.

Nu komt de grote plottwist: dikke mensen hebben ook leuke levens. Ze lachen, fietsen, dansen, hebben seks, huilen, genieten, werken, eten, drinken, schrijven, feesten, shoppen, helpen, sporten, lezen, koken, bewegen, zijn gezond, zijn ongezond, en ga zo maar door.

Het is niet erg om dik te zijn.
(Hou je “ja, maar…” nog even vast en lees verder.)

Het is wél moeilijk om dik te zijn. Dit komt niet door een getal op de weegschaal, maar door de alomtegenwoordige vetfobie en de invloed die dat heeft op hoe dikke mensen worden behandeld. Dikke mensen zoals ik. Hoe er overal waar we gaan en staan óver ons gepraat wordt, en niet mét ons. We zijn de clou van vetfobische memes waarin dikker altijd synoniem is voor lelijk en lui. De suffe, grappige sidekick in series. Mensen zonder wilskracht in sensatiezoekende documentaires. Veel horeca is niet toegankelijk voor ons (vraag eens aan je dikke vrienden hoe vaak ze zijn opgestaan uit een terrasstoel en ze de stoel meenamen aan hun kont door de smalle leuningen, of onderweg naar beneden bij het zitten niet eens de zitting bereikte omdat het niet paste – geloof me, dit overkwam me zélfs met maat 48.) Niet welkom in veruit de meeste kledingwinkels (want, we hebben er niks te zoeken want we passen er niks). Bekritiseerd om het kopen van “fast fashion”, terwijl er vrijwel geen duurzame opties bestaan boven maat XL en terwijl dunne mensen de weinige grote maten uit de kringloop halen om er leuk een jurkje maat S van te naaien thuis. Altijd de “before” en nooit de “after” ondanks dat diëten bewezen niet (langdurig) werken en gewichtsdiscriminatie bewezen schadelijker is dan dikzijn op zich. Altijd een personage dat bezig is met een afvalpoging, en nooit een personage met gewoon een prima leven en die niet geobsedeerd is met hun gewicht. Afgebeeld zonder hoofd bij nieuwsartikelen die ons een epidemie noemen. Niet serieus genomen bij de dokter (“ga eerst maar afvallen, daar zal het wel aan liggen”) terwijl er geen enkele kwaal of aandoening bestaat op de aarde waar alleen dikke mensen last van hebben en dunne mensen nooit. Gewicht kan heus bepaalde kwalen en aandoeningen beïnvloeden, maar staat zo zelden op zichzelf. Dikke mensen verdienen dat daar óók naar gekeken wordt. In de gezondheidszorg wordt ook regelmatig toegang tot behandelingen ontzegd puur op basis van een getal in kilo’s en een stapel achterhaalde aannames over (on)gezondheid, ook als er helemaal geen bewijs is over de effectiviteit of risico’s van een bepaalde behandeling in relatie tot gewicht. Op de werkvloer tijdens de lunchpauze voel je andermans ogen branden: voeding is inmiddels zo gemoraliseerd dat je door het eten van “goed” eten (zo min mogelijk bewerkt/vet/zoet) zogenaamd ineens een beter, waardiger meer respect verdienend mens zou zijn. Neem je sla mee? “Oh wat goed, dan probeer je vast af te vallen, hou vol!” Eet je 3 lekker belegde broodjes? “Jeetje, geen wonder dat je dik bent.”

Bodypositivity legt inmiddels dusdanig de focus op het individu, dat de verantwoordelijkheid weerstand te bieden aan deze vetfobie óók bij het individu komt te liggen. Is het moeilijk om dik te zijn? Eigen schuld, gewoon harder je best doen om van jezelf te houden (en vooral meer “self-care” producten kopen). Maar, nu komt ‘ie: deze verantwoordelijkheid ligt helemaal niet bij het individu. Harder van jezelf houden doet vetfobie niet verdwijnen, want we zijn er mee omringd. Jezelf prachtig vinden zorgt er als dik persoon niet voor dat artsen geen vooroordelen hebben de seconde dat je de spreekkamer binnenkomt. Je “rolletjes” accepteren zorgt er niet voor dat dikke mensen niet meer uitgescholden worden. In bikini naar het strand gaan zorgt er niet voor dat de media stopt met de menselijkheid van dikke mensen onzichtbaar maken als ze voor de zoveelste keer toch weer een hoofd van een afbeelding van een dik persoon afknippen voor naast een stigmatiserend artikel.

Natuurlijk, soms denk ik dat de huidige online bodypositivity beweging voor mij als tiener misschien ook wel heel fijn was geweest. Iets is beter dan niets toch? Ik betwijfel het. Waarschijnlijker had het zien van zoveel lichamen die ondanks “curves” toch aanzienlijk dunner waren dan ik, en het feit dat zij applaus krijgen om hun dapperheid en het laten zien van hun rolletjes, de schaamte alleen maar groter gemaakt. Want, als het voor hen al zo radicaal is badkleding te dragen buiten de deur, dan kan ik dat maar beter niet doen. Als zúlke rolletjes al erg zijn, wat vinden mensen dan wel niet van de mijne?!

Wat mij wel had geholpen, en nu helpt, is meer dikke mensen om me heen zien. Niet alleen mensen dunner dan ik, maar ook even dik, en veel dikker. Écht alle maten mensen wiens leven níet in het teken staat van hun lichaam haten. Niet in het teken van zichzelf veranderen (verminderen). Die zichzelf niet zien als gefaald omdat afvallen nog nooit is gelukt. Die niet bezig zijn met zichzelf steeds meer ontzeggen en het leven op pauze zetten tot de weegschaal het gewenste cijfer laat zien (en als dat al lukt, dan toch nog niet gelukkig zijn en gewoon de grens verder naar beneden verschuiven.) Als ik toch niet zo jong had geleerd dat mijn waarde als mens, voor zo’n groot deel besloten lag in het innemen van zo min mogelijk ruimte.

Mainstream bodypositivity zoals die nu trending is online, is fijn voor het individu, maar is niet meer genoeg en sluit mensen buiten. Hoe meer iemand het nodig heeft, hoe minder gerepresenteerd en zichtbaar ze zijn. Dat betekent niet dat er geen plek is of mag zijn voor mensen die niet dik zijn om van hun lichaam te houden (want alsjeblieft, jezelf haten is zo zonde van je tijd); maar dat die plek er ook moet zijn voor mensen die wél dik zijn, zonder een maximumgrens aan die dikheid. Dat mensen met meer privileges ruimte maken om de mensen met minder privileges aan het woord te laten. Hoe je het noemt doet er weinig toe – noem het alsnog gewoon bodypositivity, noem het fatacceptance, noem het fatactivism, noem het weesookrespectvoltegendikkemensen-ism, of noem het Kees – maar er is méér nodig dan van jezelf houden om dikke mensen in te kunnen sluiten in een maatschappij waar gewichtsstigma en -discriminatie verleden tijd is. Er moet ruimte gemaakt worden niet ten koste van elkaar, maar met elkaar en voor elkaar.

Vraag je daarom eens af hoe inclusief je bodypositivity is. Of je écht álle lichamen bedoelt als je roept “every body is a bikini body”. Geloof de mensen die aangeven dat ze zichzelf niet (voldoende) gerepresenteerd zien. Luister naar hen. Vertel hen niet dat ze harder van zichzelf moeten houden, gezond of “niet zó dik” moeten zijn, maar vertel de wereld op te houden met hen te stigmatiseren en discrimineren. Alleen dán wordt de wereld langzaam maar zeker minder vetfobisch, en daar heeft EVERY BODY profijt van.